Er zijn heel veel mensen die heel weinig kennis hebben van grammatica. Daarmee bedoel ik niet dat ze incorrect spreken of schrijven (dat valt dan wel weer mee), maar dat ze met een schaamteloze onbekommerdheid de grootst mogelijke onzin beweren over de grammatica van het Nederlands. Als ze daarbij een grammaticale term gebruiken is de kans groot dat die verkeerd gebruikt is, of dat overduidelijk blijkt dat ze geen idee hebben waar hij over gaat.
Nu is het nota bene de minister van onderwijs die blunder op blunder stapelt.
In nrc.next van vandaag schrijft minister Plasterk een gastcolumn over taal (tags: grammatica, hun, minister Plasterk, Nederlands, Nederlandse Taalunie, taal). Plasterk heeft niet heel erg veel op met de grammatica, zo heb ik al eens eerder gesignaleerd. Maar nu maakt hij het nog bonter.
Dat de minister als elke taalgebruiker een mening heeft over wat mooi of lelijk, of zelfs correct of incorrect is, dat zal niemand hem kwalijk nemen. Maar in zijn column wijst hij op de rol van de Taalunie als beheerder van de Nederlandse taal. De Taalunie bepaalt volgens de minister wat correct of incorrect is. Blijkbaar niet alleen wat de spelling betreft, maar ook in grammaticaal opzicht. We moeten dus de taaladviesbank van de Taalunie meer beschouwen als een taalregelbank dan als vrijblijvende adviezen.
Getuigt deze bewering al niet van een genuanceerde visie op de rol van de Taalunie, vanaf dit punt gaat het echt mis. Ik citeer maar even een hele alinea, want het is te veel onzin om er iets uit te pikken:
"Elke paar jaar zijn er weer goedbedoelende taalkundigen die via
‘vereenvoudigingen’ de taal logischer willen maken, en altijd met het
argument dat ze daardoor geschikter zou worden voor immigranten en
mensen uit lage sociale milieus. En door dat soort strapatsen weet je
als Nederlandse taalgebruiker nu niet meer of het pannenkoek of
pannekoek is. De taal is niet honderd procent logisch, maar ze is zoals
ze is, en ze valt te leren. En naarmate er minder aan veranderd wordt
gaat dat beter."
Die "vereenvoudigingen" van "goedbedoelende taalkundigen," dat gaat vast over de taalkundigen die door de minister zelf zijn aangesteld om de spelling aan te passen. Er zijn inderdaad regelmatig voorstellen voor spellingvereenvoudiging, en lang niet altijd van taalkundigen (vaker niet dan wel), maar ik heb nog nooit een taalkundige gehoord die voorstelde om de grammatica te vereenvoudigen. De minister veegt hier gemakshalve spelling en grammatica op een hoop, iets wat veel mensen doen, maar de Taalunie (en taalkundigen) nou juist niet.
En dan krijgen die taalkundigen ook nog eens de schuld van de spellingonzekerheid in de kwestie pannenkoek/pannekoek, terwijl die natuurlijk eerder het gevolg is van een door de minister (via de Taalunie) georganiseerde spellingwijziging. Nou ja, die spellingonzekerheid was er natuurlijk altijd al, maar de onzekerheid is aangewakkerd door de discussie die ontstond naar aanleiding van de wijzigingsvoorstellen. Zo wentelt de minister zijn eigen politieke verantwoordelijkheid handig af op de wetenschappers. Had die spellingverandering dan niet getekend of draai hem terug, zou ik zeggen. Als je net hebt beweerd dat de Taalunie de bevoegde instantie is voor de regels, jammer dan niet over "strapatsen" van onbevoegden, want die hebben dus niets te vertellen.
En wat moet ik met de bewering dat taal makkelijker te leren is als er minder aan verandert? Waarop baseert de minister die stelling? Dat zou betekenen dat elke taal al optimaal leerbaar is. Ik moet de eerste publicatie nog tegenkomen waarin dat gesuggereerd wordt. De minister roept hier maar wat. Het klinkt goed, maar het slaat nergens op.
Het wordt allemaal nog veel erger. De column gaat verder over hun. Ik citeer het maar weer letterlijk: "Mensen die ‘hun’ gebruiken voor de eerste persoon weten ook wel dat ze
op school hebben geleerd dat het eigenlijk ‘zij’ is, maar ze negeren
dat." Met zo'n opmerking zou de minister de CITO-toets Basisvaardigheden Grammatica vast niet gehaald hebben. De eerste persoon? Hoezo de eerste persoon? De eerste persoon, dat is ik of wij (of desnoods mij of ons). Hun is derde persoon, hoe je het ook gebruikt.
De minister doelt natuurlijk op het gebruik van hun als onderwerp, en hij heeft daarbij vast aan de term eerste naamval gedacht, maar met een slordigheid en minachting voor de grammaticale terminologie die hij met betrekking tot het taalgebruik bekritiseert strooit hij achteloos met de eerste de beste term die er een beetje op lijkt. Merkt toch niemand, ze snappen toch wat ik bedoel?
Het lijkt mij dat een minister die zo de nadruk legt op zorgvuldig en correct taalgebruik ook de grammaticale terminologie serieus zou moeten nemen. Bij herhaling doet hij dat niet. Onze minister van Onderwijs draagt hiermee de boodschap uit dat je wel correct moet spreken, maar dat je dat moet zien te doen zonder het flauwste benul te hebben van de grammatica. Ik vraag me af of "die duizenden leerkrachten die elke dag weer uitleggen wat goed en niet goed Nederlands is" daar zo blij mee zijn.
Lees minder
Laatste reacties